Reactie op Stephan Slingerland (in Trouw, 26 april 2016)

In Trouw van 28 april 2016 is een ingezonden brief van Evert van Voorthuysen geplaatst met de volgende tekst

Energietransitie

Het afschaffen van de fossiele energiebronnen in Nederland vergt politieke oplossingen en politici met lef, aldus Stephan Slingerland in Trouw van 26 april. Hij is echter  te pessimistisch over de economische baten van de groene alternatieven voor olie, aardgas en kolen.

De energietransitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen vergt weliswaar  enorme  investeringen, maar die zullen de economie en daarmee de werkgelegenheid juist wel enorm stimuleren. Minister Kamp  moet daarom met een duidelijk plan komen waarin, in tegenstelling tot zijn Energierapport,  wel heldere keuzes worden gemaakt waarop  het bedrijfsleven kan inspelen. Energietransitie is geen negatief, maar een positief verhaal.

Evert du Marchie van Voorthuysen, Groningen

D66 wil Tunesië helpen bij de energietransitie

Op initiatief van Evert van Voorthuysen heeft het landelijk congres van de politieke partij D66 de volgende motie aangenomen:

 

“Het congres van D66 in vergadering bijeen op zaterdag 16 april 2016 te Arnhem,

Overwegende dat:

De noodzakelijke beperking van de temperatuurstijging op Aarde een energietransitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energieopwekking vereist die in alle landen ter wereld moet worden uitgevoerd;

Nederland zich op de klimaatconferentie van Parijs verplicht heeft om financieel bij te dragen aan de energietransitie in ontwikkelingslanden;

Het democratiseringsproces in bijvoorbeeld Tunesië onze steun aan de energietransitie in juist dat land rechtvaardigt;

Spreekt uit dat:

Dat Nederland ook in ontwikkelingslanden moet proberen om bij te dragen aan de energietransitie;

En verzoekt de fracties van de Tweede en Eerste Kamer:

Om te bezien hoe met het Ontwikkelingssamenwerkingsbudget de energietransitie in een of meerdere ontwikkelingslanden een sterke impuls gegeven kan worden;

En gaat over tot de orde van de dag.”

Evert is actief in de werkgroep Energie en Klimaat van D66. De redenen om juist Tunesië te helpen bij de transitie van fossiele energiebronnen naar duurzame bronnen, vooral zonne-energie, staan vermeld in het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan.

 

100% duurzame en betrouwbare energievoorziening voor Nederland

15 februari 2016

De politieke partij D66 heeft een visie gepubliceerd over de duurzame energievoorziening in de toekomst met de titel:  “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie“. Op blz. 11 is een scenario gepubliceerd dat staat als een huis. Het scenario voldoet aan alle relevante  voorwaarden:

  1. >95 duurzaam (d.w.z. de CO2-uitstoot daalt met >95%);
  2. 100% betrouwbaar, dankzij het concept van Power-to-Gas en betrekkelijk kleine gascentrales in de steden en wijken;
  3. betaalbaar.

Alle componenten bestaan al, en de meeste componenten zijn door het leercurve-effect al goedkoop geworden. Power-to-Gas (P2G) is het minst bekend bij het grote publiek. Er wordt in Duitsland op grote schaal ervaring mee opgedaan. Er bestaan plannen om in Delfzijl een P2G-installatie van 12 MW te gaan bouwen.

Maar de Stichting GEZEN plaatst wel een kanttekening. De technische aanpak van zonne-energie en wind als primaire energiebronnen, in combinatie met chemische energieopslag in de vorm van Power-to-Gas (P2G) is uitstekend. Het is naar ons beste weten de eerste keer dat een denktank uit een politieke partij (en daar komt uiteindelijk de macht vandaan) met een helder en wetenschappelijk correct scenario komt. Daarom zijn wij enthousiast en hebben wij  de essentie van het D66-scenario hier visueel getoond.

Maar er zijn ook bezwaren tegen het Zon-Wind-Gas scenario zoals hier boven weergegeven. In dat scenario wordt alle grootschalige zonne-energie, de zonnepanelen op velden, in Nederland uitgevoerd. Dit vergt in totaal, volgens de schrijvers van “D66 geeft Nederland Nieuwe Energie”, 1500 km² aan terrein dat moet worden onttrokken aan de agrarische sector, dat is ruwweg 4 km² = 400 hectare per Nederlandse gemeente. We denken dat dit in ons dichtbevolkte land op onoverkomelijke problemen gaat stuiten.

De Stichting GEZEN verwelkomt het Zon-Wind-Gas scenario van D66, maar stelt voor om het zonne-energiedeel voornamelijk uit te voeren in de landen rondom de Middellandse Zee, kortweg, de Sahara.
Er is dan naast zon-PV (zonnepanelen) ook zon-CSP (zonnespiegelcentrales) mogelijk. GEZEN onderzoekt momenteel allerlei varianten, waarbij het P2G-deel van het scenario ook naar de Sahara gaat, eventueel ook met een deel van de gascentrales.

Blokschema Zon-Wind-Gas Overzicht

Schematische weergave hoe het scenario uitwerkt voor een zomerdag, een nacht en een winterdag

Zonnige landen kunnen het voortouw nemen

Nederland kan helpen met investeringen in ontwikkelingslanden met een zonnig klimaat.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig te reduceren dat de tweegradendoelstelling gehaald wordt. De klimaatconferentie COP21 die van 30 november tot 11 december in Parijs wordt gehouden moet tot zo’n verdrag leiden.

De aanzet is veelbelovend. Vrijwel alle landen (of groepen, de EU acteert hier als één land) hebben zoals eerder was afgesproken hun broeikasgasreductieplannen voor de periode tot 2030 ingediend. Dit hebben zij gedaan met een zogenaamde  “Intended Nationally Determined Contribution”, INDC.

Laten we optimistisch zijn, en aannemen dat (1) alle INDC’s in de periode 2015-2030 volgens plan worden uitgevoerd, en (2) de CO2-uitstoot na 2030 in een nog hoger tempo wordt verminderd. Op grond van de bestaande, steeds verfijndere klimaatmodellen kan dan berekend worden hoe groot de uiteindelijke temperatuurstijging op aarde zal zijn. Het verbijsterende resultaat is dan 2,7 tot 3 graden, veel meer dan de vereiste 2 graden.  De regenwouden van Brazilië zullen dan in een niet te blussen reeks van branden verloren gaan en veranderen in een woestijn, met een  definitieve  teloorgang van plantensoorten  en diersoorten  op een rampzalige schaal, aldus Mark Lynas in zijn boek “Zes Graden”.

Klimaatverandering valt niet meer te ontkennen. Het ene na het andere warmterecord sneuvelt, tot genoegen van de meeste Nederlanders, behalve de liefhebbers van de Elfstedentocht. En zeker niet tot genoegen van de bewoners van Singapore die lijden onder smog van de bosbranden in Indonesië. Of de boeren in Pakistan die wegens droogte nu al moeten wegtrekken. En dit is nog maar het begin.

Alle regeringen zijn het er over eens dat de gemiddelde temperatuur op aarde niet sterker mag stijgen dan twee graden boven het pre-industriële niveau,  want bij een sterkere stijging zullen de rampen niet meer te overzien zijn. Het doel van de opeenvolgende klimaatconferenties is om een internationaal verdrag te sluiten waarin de landen zichzelf en elkaar verplichten om de uitstoot van broeikasgassen zodanig

Met deze constatering  moet het voor iedereen die een leefbare wereld wil nalaten aan zijn/haar kinderen, dus voor ieder redelijk mens, evident zijn dat de reductie van de CO2-uitstoot in de periode tot 2030 veel groter moet worden dan de plannen die in de INDC’s zijn opgesomd.

Wat kunnen wij, Nederlanders, doen? Veel meer dan alleen maar ons eigen aandeel in de Europese INDC verhogen. Onze economie verwerkt en verbruikt energie, mineralen en agrarische producten uit de hele wereld, en hiermee creëren we welvaart voor ons zelf.   Onze verantwoordelijkheid reikt daarom veel verder dan ons eigen grondgebied. Wij moeten een bijdrage leveren aan de wereldwijde transitie van een koolstof-economie naar een duurzame, groene economie, die minstens  evenredig is aan onze economische omvang. Wij moeten dus acteren op een veel groter terrein dan alleen maar ons eigen landje en ons eigen stukje Noordzee. Nederland heeft daarom de morele plicht om de INDC van één of meerdere snelgroeiende ontwikkelingslanden ambitieuzer te maken.

Het toeval wil, dat vrijwel alle snel groeiende landen gezegend zijn met een zonnig klimaat, en dat er nu goede, betaalbare  technologieën beschikbaar zijn waarmee je de zonne-energie kunt oogsten. Dat zijn fotovoltaïsche energie (PV, de technologie van de zonnepanelen) en Concentrating Solar Power (CSP, de technologie van de zonnespiegelcentrales). Zonnepanelen zijn het goedkoopst, en leveren in Noord-Afrika elektriciteit voor slechts 6 dollarcent per kilowattuur, maar CSP heeft weer twee voordelen boven PV, want warmte kun je opslaan. Een zonnespiegelcentrale met warmteopslag kan dus ook na zonsondergang elektriciteit produceren. Daarnaast draagt de bouw van een zonnespiegelcentrale sterker bij aan de lokale economie dan het bedekken van een veld met zonnepanelen.

De opgave is om van nu af aan in zonnige, snel groeiende landen geen  kolencentrales, gascentrales of dieselgeneratoren meer te bouwen, maar de nieuwe stroomopwekking uitsluitend met PV, CSP, en wind uit te voeren, aangevuld met andere duurzame energiebronnen, indien

beschikbaar. Hierbij hebben deze landen de eerste jaren hulp nodig, technisch en organisatorisch, maar ook financieel. In de meeste zonnige landen  wordt momenteel elektriciteit opgewekt in centrales die draaien op goedkoop aardgas. Zonnecentrales en windparken kunnen hier nu nog niet tegen concurreren. Zij zullen alleen gebouwd worden als de onrendabele top in de productie wordt aangevuld met een subsidie naar voorbeeld van het Nederlandse SDE+ systeem. Vanuit het standpunt van de Nederlandse belastingbetaler of stroomconsument is zo’n investering gunstig; bij een Tunesische zonnecentrale bijvoorbeeld is de opbrengst aan CO2-besparing per subsidie-euro veel hoger dan de opbrengst van een windpark op de Noordzee of een PV-veld in een Nederlands weiland.

Een van de hete hangijzers op COP21 is de hoogte van het bedrag dat rijke landen gaan betalen voor dit soort van investeringen in ontwikkelingslanden, en welke betalingen mogen meetellen. Het is evident dat een Nederlandse subsidiëring van zonnecentrales in landen als Marokko, Egypte, Jordanië, India, Mexico, enz.  mee zal mogen tellen.

Er is een  argument om juist Tunesië te kiezen als speerpunt voor een Nederlands mondiaal klimaatbeleid. Tunesië is bezig om als enig Arabisch land op succesvolle wijze een democratie op te bouwen en is hiervoor beloond met de Nobelprijs voor de vrede. Dit land verdient onze steun bij de opbouw van een geciviliseerde, welvarende samenleving. Met de bouw van zonnecentrales vergroten we de werkgelegenheid aldaar en bieden we een moreel tegenwicht tegen het islamisme. Een positief antwoord op de ideologie van de radicale islam is juist nu meer dan geboden.

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de kennis, de expertise en de financiële slagkracht  om de elektriciteitsvoorziening in een zonnig land (zoals Tunesië ) in 15 jaar tijd vrijwel volledig duurzaam te maken.

Warm onthaal van het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan door de Tunesische ambassadeur

Van de Tunesische ambassadeur in Den Haag ontvingen wij de volgende email:
Dear Mr van Voorthuysen,
 
First, I was pleased to meet you at Utrecht at the D66 Day, and in this context I would like to convey to you my sincerest thanks for choosing my country for your project of cooperation in the field of solar energy,  which in my view is very interesting.
 
Secondly, and in this regard, I would like also to thank so much for sending a copy of this project.
 
Finally, hoping that this project will start-up in the near future, let me assure you of  the full availability of  the Embassy in case of need, and to wish you more success and prosperity in your activities.
With my kindest regards.
 
Karim BEN BECHER
Embassador of Tunisia in The Netherlands and Danemark

Verspreiding van het Nederlands-Tunesisch Zonne-Energie Plan

De tekst van het Nederlands-Tunesich Zonne-energieplan is toegestuurd aan de volgende bewindslieden, die allemaal aanwezig zijn op de klimaatconferentie COP21 in Parijs:
Staatssecretaris Dijksma, Minister-president Rutte, Minister Ploumen, Burgemeester Aboutaleb, Minister-president  Eman (Aruba), Minister De Meza (Aruba) en Minister Camelia-Römer (Curaçao).
Daarnaast is het plan toegestuurd aan de 12 parlementariërs die actief zijn op de klimaatconferentie.